Start pagina | Aantekeningen |  NederlandsHulpbronnen | Zoek
Home page | CommentsNetherlandsResources | Search
 
 
 


Passato Perfetto

Il Passato Perfetto, da non confondere con il semplice perfetto, si usa per intendere una azione verificatasi nel passato ma con una certa durata.

Si fa usando il passato di un verbo ausiliario, di solito hebben o zijn ed il participio passato del verbo principale.

ik had al eerder in Amsterdam gewoond Io ho vissuto in Amsterdam precedentemente.
Zij was met de trein gegaan Lei ando' con il treno.

Condizionale

Il condizionale si utilizza in tutti i casi in cui un'evento e' in relazione con un'altro, molto spesso la frase e' introdotta da "se".

Il condizionale si crea un Olandese usando il passato di zullen + l'infinito del verbo interessato. Il verbo in questo caso e' in ultima posizione nella frase (vedi lezione 15).

Zullen: passato:

singolareplurale
ik zouwij zouden
jij zoujullie zouden
u zouu zou
hij/zij/het zouzij zouden

Alcuni esempi:

als jullie mee konden rijden, zouden jullie naar het feest gaan Se poteste farvi dare un passaggio, potreste andare alla festa.
hij zou het vervelend vinden Lo troverebbe noioso

Un'altro uso di zou e' nelle richieste formali:

zou ik meneer Timmers kunnen spreken ? Posso parlare con mr. Timmers?
zou je dat voor me kunnen doen? puoi fare questo per me?

Un'altro modo molto formale ma non troppo di fare delle richieste, e' quello di usare il passato di willen (wou), seguito da graag (che piu' o meno significa "gradire", "piacere"):

ik wou graag een kilo aardappelen mi piacerebbe avere un kilo di patate
ik wou graag weten... mi piacerebbe sapere...

Numeri cardinali ed ordinali

I numeri cardinali Olandesi sono i seguenti:
1een20twintig
2twee21eenentwintig
3drie22tweeentwintig
4vier30dertig
5vijf40veertig
6zes50vijftig
7zeven60zestig
8acht70zeventig
9negen80tachtig
10tien90negentig
11elf100hondered
12twaalf101hondered een
13dertien121hondered eenentwintig
14veertien200tweehondered
15vijftien222tweehondered tweeentwintig
16zestien1000duizend
17zeventien2222tweeduizend tweehondered tweeentwintig
18achttien1.000.000miljoen
19negentien

Seguendo lo schema per 21/22 etc. si possono ottenere tutti i numeri intermedi. Notare che i numeri sono "invertiti" rispetto all'italiano, cioe' invece di "venti-due" (prima la decina e poi l'unita'), in Olandese si dice "due-venti" (prima l'unita').

Il che' da qualche problema, soprattutto all'inizio (zesendertig.. 63, no, 36!)...

Notare anche che si dice 'hodered' e non 'een hondered' per le centinaia e lo stesso per le migliaia.

I numeri ordinali Olandesi sono i seguenti:

1eerste20twintigste
2tweede21eenentwintigste
3derde22tweeentwintigste
4vierde30dertigste
5vijfde40veertigste
6zesde50vijftigste
7zevende60zestigste
8achtste70zeventigste
9negende80tachtigste
10tiende90negentigste
11elfde100honderdste
12twaalfde101honderdeerste
13dertiende121honderdeenentwintigste
14veertiende200tweehonderd
15vijftiende222tweehonderdtweeentwintigste
16zestiende1000duizendste
17zeventiende2222 tweeduizendtweehonderedtweeentwintigste
18achttiende1.000.000miljoenste
19negentiende

Nota: mentre i cardinali hanno le centinaia-migliaia distaccate, gli ordinali hanno tutto riunito in un'unica parola.

Date

Come si domanda la data in Olandese? De hoeveelste is het vandaag?, che tradotto piu' o meno e' "quale e' la data oggi?".

Nella risposta, se viene dato il mese, si usa il numero cardinale (e' il 3 di settembre: het is drie september), se invece non viene dato il mese si usa l'ordinale (het is de derde).

Una data (nel senso di anno=het jaartal) e' divisa in primi due-ultimi due: 1983 = negentien drieentachtig.

I giorni della settimana:

  • maandag (lunedi)
  • dinsdag (martedi)
  • woensdag (mercoledi)
  • donderdag (giovedi)
  • vrijdag (venerdi)
  • zaterdag (sabato)
  • zondag (domenica)

Sono sempre scritti con le minuscole.

I mesi:

  • januari
  • februari
  • maart
  • april
  • mei
  • juni
  • juli
  • augustus
  • september
  • oktober
  • november
  • december

Anche questi sono sempre scritti con le minuscole.

Pesi

Di particolare gli olandesi hanno het ons che equivale a 100 grammi ed het pond che e' mezzo kilo. Da notare che questi non sono mai usati nei prodotti impacchettati dove si usano solo e sempre le misure 'normali' per esprimere i pesi ma si usano solo quando si acquista la roba direttamente (dal macellaio per esempio).

Esercizi

Tradurre le seguenti frasi

  1. Ik was te vroeg aangekomen
  2. De trein was op tijd vertrokken
  3. Had je de wijn al besteld?
  4. Wij hadden tien kilometer gereden
  5. De slager had mij drie ons gehakt gegeven
  6. Ik was in juni bij mijn schoonmoeder op bezoek geweest
  7. Ze zei dat ze twaalf euro vijftig had betaald
  8. Zij waren in semptember naar Duitsland met vakantie gegaan
  9. Zou ik uw paraplu mogen lenen?
  10. Jullie zouden in augustus met vakantie kunnen gaan
  11. Zou je de deur dicht kunnen doen?
  12. Als wij genoeg geld hadden, zouden wij naar de film gaan
  13. Ik wou graag anderhalf kilo kaas
  14. Zou dat meer dan tien euro kosten?
  15. Zou je thee willen zetten?
  16. Zou ik de secretaresse kunnen spreken?

Tradurre le seguenti frasi

  1. Lui ha gia' visto quel film
  2. Loro le diedero un regalo
  3. Si e' proposto per parecchi lavori?
  4. Posso predere in prestito la tua bicicletta?
  5. La loro casa e' a 5 kilometri dalla stazione
  6. Mi piacerebbe avere un kilo e mezzo di burro.
  7. Lui disse che era gia' stato in Inghilterra
  8. Posso avere quella penna?
  9. Lei disse che sarebbe costato 10 euro
  10. Se avessero un'auto, loro verrebbero.

Soluzioni

Woordenschat
Vocabolario

anderhalfuno e mezzo
bedenkenpensare a
het bevalt memi piace
de biefstukla bistecca
de boteril burro
een brifje van tienuna banconota da 10 euro
een dagje uituna giornata fuori
de datumla data
DuitslandGermania
FrankrijkFrancia
het gehaktmacinata
het jaartall'anno
de kaasil formaggio
de keerla volta/tempo
naar zijn zincome piace ad uno
nog ietsqualche cosa d'altro
de schoonmoederla suocera
de slageril macellaio
SpaansSpagnolo
SpanjeSpagna
de Spanjaardlo Spagnolo
terugkrijkgendare indietro
thee/koffie zettenfare il te/caffe
vaakspesso
met vakantie gaanandare in vacanza
met vakantie zijnessere in vacanza
van... vandaanda...
vergelijken metconfrontare con
wisselencambiare

Conversazione

Frankrijk? Spanje? Of Zandvoort?
fran.mp3

M.Zwart   Goede morgen meneer de Wit, hoe gaat het met u? Leuke vakantie gehad?
M.d.WitNou, ik vind Spanje niks bijzonders. Behalve dan het weer. Maar we waren al vaak naar Frankrijk gegaan.
m.Z.Ik wou graag...
m.d.WZegt u het maar, mevrouw. En dat Spaanse eten is niks vergelken met het Franse.
m.Z.Ik zou graag een pond gehakt willen hebben.
m.d.WVijfhondered gram gehakt. Geef mij maar een lekker biefstuk zoals we in Frankrijk hebben gehad. Was er nog iets?
m.Z.Nee. Dat was het dus. Ik dacht dat u het daar niet naar uw zin had gehad.
m.d.W.Jam dat hadden wij toen ook gedacht, maar ik zou nu nooit naar Spanje teruggaan. Zes euro vijfenzestig.
m.Z.Ik heb alleen maar een briefje van hondered. Alstublieft.
m.d.W.Dank u wel. Ik kan het makkelijk wisselen. Dat is dus drieenegentig euro vijfendertig terug. Bent u al met vakantie geweest?
m.Z.Ik zou get graag willen. Misschien een dagje uit naar het strand. Dat zou de kinderen heel goed bevallen, meneer de Wit. Waarom had ik dat niet eerder bedacht? Ik zal ze mee in de trein naar Zandvoort nemen. Dank u wel. Dag!

Previous indice Next


Commenti

2 messages this document does not accept new posts
francesco loguerciodomanda By francesco loguercio - posted 22/01/2010 10:40
che differenza ci sarebbe tra passato perfetto e l'altro tipo ? xk io nn vedo nessuna differenza nel comporre una frase

--
francesco loguercio


Davide Bianchi@ francesco loguercio By Davide Bianchi - posted 23/01/2010 09:10

> che differenza ci sarebbe tra passato perfetto e l'altro tipo?

A parte l'uso, uno usa il PASSATO del verbo ausiliario, l'altro il PRESENTE.

--
Davide Bianchi