Nederlands - Corso Avanzato - Wonen (abitare)

 
 
 

Start pagina | Aantekeningen |  NederlandsHulpbronnen | Zoek
Home page | CommentsNetherlandsResources | Search
 
 
 

Wonen (abitare)

Leestekst 1
Testo 1

Dit plein hier was onze tuin
ditplein.mp3

Eeen bekende Vlaamse televisie-presentatrice vertelt over haar leven in een herenhuis aan het Hogeschoolplein in Leuven.

Mijn eerste herinnering aan dit pleintje kun je niet echt vrolijk noemen. Het werd pas vier jaar later echt leuk, toen we met een groep van acht afgestudeerden in dat prachtige oude herenhuis op nummer 12 gingen wonen. De eigenaar was een gepensioneerd advocaat die in de waan verkeerde dat hij zijn huis aan een jong stel verhuurde. Wist hij veel dat hij een hele volksstam over de vloer kreeg?

Vier jaar lang had ik in kamertjes van een voorschoot groot gehokt, met een krap bed waarin je met gekrulde tenen moest slapen. En dan opeens zo'n zalig groot huis met hoge plafonds en genoeg ruimte voor iedereen. Alles deden we samen, eten, uitgaan, met vakantie gaan. Voor het koken en poetsen hadden we een beurtrol, dat was prima geregeld. En dat plein hier, dat was onze tuin. Daar leefden, aten en spelden we.

Na twee jaar had onze huisbaas er genoeg van. Toen moesten we met zijn allen aan de slag om het huis in zijn oorspronkelijke staat te herstellen. Met het deel van de waarborg da we terugkregen, zijn we prompt een pint gaan drinken. Het hele plein moet een enorme zucht can opluchting geslaakt hebben, toen wij weggingen.

Uitdrukkingen
frasi

in de waan verkeren dat... lavorare sotto l'illusione che...
wist hij veel dat...? che ne sapeva lui che...
van een voorschoot groot grande come una pantofole (molto piccolo)
dat was prima geregeld era bene organizzato
met zijn allen tutti noi
aan de slag moeten mettersi d'impegno/al lavoro
een zucht slaken sospirare

Kommentaar op leestekst 1
Note relative al testo 1

  1. Leuven

    E' una antica citta' universitaria delle Fiandre.

  2. om + te + infinito

    Altro esempio di questo tipo di costruzione usato in una lunga frase: om het huis in zijn oorsponkelijke staat the herstellen

  3. L'infinito come nome

    Notare l'esempio nel testo: het koken en poetsen.

  4. toen

    Questa parola ha due distinti significati e funzioni, e' un avverbio che significa 'quindi' ed e' una congiunzione subordinata che significa 'quando'.

    1. toen come avverbio
      In olandese ci sono due avverbi che significando 'quando': dan e toen. Quest'ultimo e' usato solo in frasi dove il verbo si riferisce al passato: Toen moesten we met zijn allen aan de slag (e quindi ci siamo dovuto tutti mettere al lavoro).
      A volte toen puo' essere anche tradotto come 'a quel tempo' o 'in quei giorni', un esempio e' nel testo 2 della lezione precedente: wat kweekte men toen? (che cosa coltivava la gente a quel tempo?).

    2. toen come una congiunzione
      Toen puo' funzionare come congiunzione per introdurre una sottofrase (vedere anche lezione 16). Questo significa che il verbo e' in fondo alla frase. Quando e' usato in questo modo Toen puo' essere solo usato con verbi nel passato semplice o nel perfetto ed e' tradotto con 'quando': het was laat toen wij weggingen (era tardi quando ce ne andammo), ik was blij toen ik het gedaan had (ero contento quando lo feci).

Previous Indice Next

ditplein.mp3

Woordenschat
Vocabolario

televisie-presentatricepresentatrice televisiva
het levenla vita
het herenhuisgrande casa signorile
het plein(tje)la piazza
de herinneringle memorie, i ricordi
vrolijkcontento,felice
noemenchiamare
de groepil gruppo
de afgestudeerdestudenti universitari
prachtigbellissimo/a
de eigenaaril proprietario
gepensioneerdpensionato
de advocaatavvocato
het stelcoppia
verhurenaffittare
de volksstamtribu'
hokkenvivere (colloquiale)
kraptroppo piccolo
gekruidarrotolato
de teendita dei piedi
zaliggrato
het plafondil soffitto
de ruimtespazio
poetsenpulire
de beurtrolrotazione
de huisbaasproprietario della casa
oorspronkelijkoriginale
de staatstato,condizione
herstellenripristinare
de waarborggaranzia/deposito (soldi pagati per coprire eventuali danni)
terugkrijgenricevere in restituzione
promptprontamente
de pintbicchiere di birra
enormgrande
de opluchtingsollievo
herenhuis

Oefeningen bij leesttekst 1
Esercizi sul testo 1

Rispodere alle seguenti domande riguardo il testo (de vertelster = narratrice)

  1. hoeveel mensen woonden er in het herenhuis?
  2. hoeveel mensen verwachtte de oude advocaat?
  3. hoe lang had de vertelster in kleine kamertjes gewoond?
  4. waroom zegt de vertelster dat het plein hun tuin was?
  5. hoe lang duurde het voordat ze weg moesten uit het huis?
  6. wat hebben ze met het geld gedaan dat ze van de waarborg terugkregen?

Riempire i vuoti nel testo usando le parole della lista.

de bewoner, de huurder, eigenaar, herenhuis, huisbaas, ruimte, verhuren, waarborg

Als de .... van een groot ... wat extra's wil verdienen, kan hij altijd kamers ... - dat wil zeggen, ... worden. Er zal zeker genoeg ... zijn in zo'n voor alle ... Hij kan beter een ... vragen van de nieuwe ... voor het geval dat ze dingen kapot maken.

Woordenschat
Vocabolario

de bewonerabitante
de huurderaffittuario
eigenaarproprietario
herenhuisgrande casa signorile
ruimtespazio
verhurenaffittare
waarborgdeposito,garanzia
Leestekst 2
Testo 2

Molte case ed appartamenti in olanda sono offerti (sia come affitto che come vendita) tramite gli annunci (de advertentie) su vari giornali. Questi annunci contengono un numero impressionante di termini "specializzati" che, anche se non ufficiali, fanno oramai parte del lessico comune e possono confondere il neofita. Da notare anche che lo stesso termine a volte ha differenti abbreviazioni.

Nota: il testo riportato e' letto per esteso, quindi senza usare le abbreviazioni nel testo.

Te Huur: aangeboden
tehuur.mp3

  1. Nieuw app. hp: 18.500 fr/mnd, met zeer ruime living, garage, berging, 2 slpks, alle komfort. Vrij: 15 november e.k.

  2. Huis, tuin, garage, nabij E40. Hal, living, voll. ing. kkn., 3 slpks., badk., c.v. Vrij: 23 sept. Bezoek woensdag 14+19u of zaterdag 14-17u.

Gevraagd

  1. Werkende jonge man zoekt benedenwoning A'dam.
  2. Pas afgestud. jonge man zoekt woonr/kamer in A'dam
Te Koop

  1. Halfvrijstaand huis met tuin, garage en berging. Beg. gr.: hal, grote woonkamer, keuken met kasten, 1e verd.: 3 slpk. badkamer met ligbad en toilet, vaste trap naar 2e verd.: 4 slpk., bergruimte. Zonnige tuin.

Uitdrukkingen
frasi

fr/mnd = frank/mand Franchi belghi per mese, non piu' usato ora (il testo si riferisce a prima dell'euro)
voll.ing.kkn = volledig ingerichte keuken cucina completamente fornita
c.v. = de centrale verwarming riscaldamento centralizzato, molte case olandesi hanno due sistemi di riscaldamento separati, uno per il riscaldamento vero e proprio ed uno unicamente per l'acqua calda. Avere un singolo sistema significa pagare di meno per il servizio.
beg.gr. = begane grond piano terra
(de) vaste trap scala fissa, in molte case olandesi la scala che conduce all'ultimo piano della casa (attico) e' una scala pieghevole.

Kommentaar op leestekst 2
Note relative al testo 2

  1. November, zaterdag I mesi ed i giorni della settimana sono solitamente scritti senza lettera maiuscola.

  2. 15 november, 23 september nelle date, quando il mese e' fornito si usa il numero cardinale, se non viene specificato allora si usano gli ordinali: 3 januari il 3 di gennaio, de derde il terzo giorno (di gennaio).

  3. werkende jonge man questo e' un tipico esempio di participio presente che non e' usato molto in olandese. E' composto aggiungendo una 'd' al presente del verbo, e quindi come aggettivo (aggiungendo una 'e' in questo caso). Vedere anche la lezione 11 nel corso di base.
tehuur.mp3

Woordenschat
Vocabolario

te huuraffittasi
aangeboden (aanbieden)in offerta/offerte
app. = het appartementappartamento
HP = de huurprijscosto di affitto
ruimlargo, spazioso
de living salotto
de garagegarage/rimessa
de bergingsgabuzzino
slpk. = slaapkamercamera da letto
het komfortcomfort
e.k. = eerstkomendil prossimo
nabijvicino a
E40autostrada E40 (in belgio)
de halsala, salone
inrichtenequipaggiare, fornire
volledigcompletamente
badk.= de badkamerbagno
het bezoekvisita
19u=19 uurle 7 di sera
gevraagd (vragen)richieste/richiedere
de benedenwoningappartamento al piano terra/mezzanino
A'damAmsterdam (colloquiale)
afgestud.=afgestudeerdestudente universitario
woonr.=de woonruimteaccomodazione,abitazione
de woonkamersalotto
verd.=de verdiepingpiano (primo piano, secondo piano...)
het ligbadvasca da bagno
het toiletWC (vedere nota 1)
de bergruimtesgabuzzino (vedere nota 2)

  1. In olanda e' tipico l'avere due 'bagni' in casa, di cui uno e' effettivamente un "bagno" come inteso nel resto del mondo (con la vasca/doccia ed il lavandino, questo "bagno" puo' avere o no il wc, questo e' di solito chiamato "de badkamer", il secondo bagno e' in genere delle dimensioni di uno sgabuzzino e contiene il wc ed un piccolo lavandino (quest'ultimo e' per legge), questo e' solitamente riferito come 'de wc'.
  2. In genere in olanda, nelle case con giardino, viene sempre aggiunta una "casetta da giardino" all'esterno che viene utilizzata come "rimessa" per biciclette e spazio extra per conservare roba che non si vuole avere in giro per casa. L'avere 'bergruimte' (sgabuzzino) in casa e' un vantaggio in questo caso.

Grammatica

Clausole relative
Una clausola relativa fornisce informazioni relative al soggetto precedente. Tali clausole sono introdotte da un pronome, che si riferisce (ovviamente) al soggetto precedente. In italiano si usa di solito 'il quale' o 'che'. In olandese die e dat sono usati sia per persone che per cose.

  1. pronomi relativi
    Quando si riferiscono a cose si usa die per nomi comuni (con de) e dat per nomi neutri (con het):
    de pen die op tafel ligt la penna che e' sul tavolo
    het boek dat op tafel ligt il libro che e' sul tavolo

    Die e' anche usato per persone:
    de man die aan tafel zit l'uomo che siede al tavolo
    de vrouw die het verhaal vertelt la donna che racconta la storia

    Le persone possono anche essere riferito come soggetti neutri (het), per esempio het meisje (la ragazza) o het mannetje (l'omino), in questi casi si usa dat: het kind dat op straat spelt il bambino che gioca in strada.

    Da notare che in olandese il pronome ci vuole sempre.

    Die e' anche usato per pronomi plurali: zie je de kinderen die op straat spelen? vedi i bambini che giocano in strada?
    ik houd van huizen die erg oud zijn mi piacciono le case che sono molto vecchie.

  2. combinare pronomi e preposizioni
    1. con riferimento a cose: vedere la nota 1 del testo 1 nella prima lezione, lo stesso principio si applica alle clausole relative, questa volta con die e dat, che non possono essere usati dopo una preposizione quando il pronome si riferisce ad una cosa e non ad una persona. In questo caso si usa waar + preposizione, come waarmee, waarvan, waarvoor, waarop:

      het bed waarin ik slaap is veel te krap il letto dove/nel quale dormo e' troppo piccolo

      de lepels waarmee we eten zijn van zilver i cucchiai con i quali mangiamo sono di argento

    2. con riferimento a persone: si usa 'preposizione + wie':
      de man met wie ze staat te praten is mijn oom l'uomo con la quale (lei) parla e' mio zio
      de vrienden van wie ik de auto heb geleend weten dit nog niet gli amici ai quali ho preso l'auto in prestito non lo sanno ancora.

Oefeningen
esercizi

Leggere il seguente passaggio ed individuare le clausole relative.

Elk kind verlangt naar een eigen kamer waarin het slapen, spelen en werken kan. De kamer heeft natuurlijk een tv waarnaar het de hele dag kan kijken en een computer die het met niemand hoeft te delen. Naast een eigen bed liefst een tweede dat voor overnachtende vriendjes gebruikt kan worden. Wat gezellig! Iemand met wie je's nachts kunt liggen praten. En misschien een weektafel waaraan je ongestoord je huiswerk kunt maken.

Riempire gli spazi con il pronome relativo corretto:

  1. de schoenen ... ze draagt zijn erg versleten
  2. zie je de vrouw met ... Fred staat te praten?
  3. ik heb een boek ... je erg interessant zou vinden
  4. de taart ... we kochten was ontzettend lekker
  5. zij is een van de docenten bij ... ik college heb
  6. hij wil in een herenuis wonen ... zeven slaapkamers heeft

Rifare le frasi seguenti usando clausole relative. Esempio: hij heeft het druk met zijn huiswerk voor Frans diventa dit is het huiswerk voor Frans waarmee hij het druk heeft oppure dit is het huiswerk voor Frans waar hij het druk mee heeft. La frase dovrebbe sempre iniziare con dit is/zijn + la parte sottolineata del test.

  1. ons buurmeisje helpt met het werk in de tuin
  2. we hebben zo lang op de vakantie in Italie gewacht
  3. mijn man luistert graag naar de opera's van Mozart
  4. zij houdt erg veel van het Franse eten
  5. ik kijk graag naar de tv-programma's over koken

Woordenschat
Vocabolario

verlangen naar desiderare, volere
delencondividere
overnachtenrestare per la notte
gezelligconfortevole
de werktafelscrivania, tavolo da lavoro
ongestoordindisturbato

Soluzioni

Luistertekst
Testo da ascoltare

Jan van Doorn e' alla ricerca di un nuovo appartamento. Dopo aver guardato alle offerte in un giornale, telefona ad un possibile proprietario. Il proprietario e' Rob Dekker (RD) nel testo.

Is de flat nog vrij?
isnogvrij.mp3
isnogvrij-fast.mp3

RD - Met Dekker.
JD - Goedemorgen. U spreekt met Jan van Doorn. Ik bel in verband met uw advertentie in de krant van gisteren. Is de flat nog vrij?
RD - Ja, hoor, die is nog vrij. Maar er is vel belangstelling voor.
JD - Hij is volledig gemeubileerd, niet waar?
RD - Ja, dat klopt meneer. De hele woining is erg mooi ingericht, met een luxe badkamer en een hele moderne keuken. En er is een zeer ruime garage.
JD - En als ik openbaar vervoer wil gebruiken?
RD - Geen probleem. Er is een bushalte praktisch voor de deur.
JD - Uitstekend. En hoeveel was de huur ook alweer?
RD - Fl 500,- per maand. En dan moet u naturlijk uw eigen telefoon- en elektriciteitskosten betalen.
JD - Hmmmm, dat valt mee. Moet ik ook een waarborg betalen?
RD - Ja, dat is toch normaal. U betaalt Fl 500, die u terugkrijgt als u de huur opzegt.
JD - Ik zou de flat graag willen zien. Kan ik misschien een afspraak maken?
RD - Zeker. Vanmiddag misschien? On een uur of drie?
JD - Prima. Tot straks dan. Dag.
RD - Tot straks meneer. Dag.

Uitdrukkingen
Frasi

in verband met in relazione a...
belangstelling voor iets interesse in qualche cosa
geen vijf minuten hier vandaan a meno di 5 minuti da qui
dat valt mee non e' troppo male
om een uur of drie all'incirca alle 3
tot straks a dopo.

Note sul testo

Quando gli olandesi rispondono al telefono di solito lo fanno dicendo il proprio nome (invece di dire semplicemente 'pronto'), quindi e' abbastanza normale sentirsi rispondere con 'met -nome'. La cortesia impone di rispondere dicendo il proprio nome, sia usando la forma "u spreekt met" o il piu' colloquiale 'met'.

Quando si chiama una compagnia molto spesso occorre domandare del dipartimento o della persona giusta, ci sono vari modi di farlo, i piu' usati sono:
kunt u mij doorverbinden met de afdeling ... potrebbe mettermi in comunicazione con il reparto...
oppure
mag ik met de ... afdeling spreken? posso parlare con il reparto...
oppure ancora
zou ik meneer ... kunnen spreken? posso parlare con il signor...

isnogvrij.mp3
isnogvrij-fast.mp3

Woordenschat
Vocabolario

beschikbaardisponibile
leegvuoto
gemeubileerdammobiliato
de woningl'appartamento, l'abitazione
luzelussuoso
openbaarpubblico
het vervoertrasporto
hiernaastaccanto, vicino
praktischpraticamente
alweerdi nuovo, ancora
telefoonkostencosti telefonici, bolletta del telefono
elektriciteitskostencosto elettricita', bolletta della luce
meevallenessere non male, meglio di cio' che si aspettava
opzeggenterminare, concludere

Oefeningen
esercizi

Dare il participio presente di ognuno dei seguenti verbi:
werken, staan, liggen, eten, vechten, slapen

Usare il participio presente come aggettivo nelle frasi seguenti. Esempio: werken - een man - een werkende man

  1. lachen - een meisje
  2. slapen - een hond
  3. galopperen - een paard
  4. vechten - een jongen
  5. spelen - een kind
  6. steken - een insekt
  7. brullen - een dier
  8. huilen - een baby

In ognuna delle frasi seguenti dire se toen e' usato come congiunzione o avverbio.

  1. ik was aan het koken toen zij kwamen
  2. zij zijn gisteren gekomen, en toen zijn met z'n allen uit eten gegaan
  3. wat deed je toen hij dat zei?
  4. hij stond te laat op, en toen mist hij zijn bus
  5. toen ik jong was, woonde ik in Haarlem
Woordenschat
Vocabolario

stekenpungere
brullenruggire
Previous Indice Next

Commenti

1 message this document does not accept new posts
anna bonfattianna bonfatti By anna bonfatti - posted 01/11/2008 17:58
il tuo sito e semplicemnte eccezzionale


grazie


spero di riuscere presto ad impararla sta lingua

:)

a_bonfatti AT libero.it


Vedo che scrivi da .nl, in tal caso il sistema migliore e' il full-immersion.