Congiunzione Coordinate e Subordinate

Una congiunzione e' una parola che si utilizza per "collegare" insieme due frasi. Le congiunzioni sono coordinate quando le due frasi che si uniscono hanno la stessa importanza, mentre sono dette subordinate quando la frase introdotta dipende dall'altra frase (ne e' quindi subordinata).

Esempio:
coordinata: il cane dorme e il gatto gioca
subordinata: il gatto gioca se il cane dorme

E' importante distinguere le frasi subordinate da quelle coordinate, perche' le subordinate hanno una diversa costruzione.

Le congiunzioni coordinate Olandesi sono:

  • en (e)
  • dus (quindi, cioe', e cosi'...)
  • maar (ma...)
  • want (per, perche' - ma non per risposte)
  • of (o...)

Alcuni semplici esempi:

de hond slaapt en de kat spel il cane dorme ed il gatto gioca
Ga je mee of blijf je thuis? vieni con noi o stai a casa?
Ik zie haar nooit want ze woont zo ver weg non la vedo mai perche' abita cosi' lontano

Come si vede, le due frasi hanno la stessa struttura.

Le congiunzioni subordinate invece sono:

  • dat (quel, quindi, questo)
  • nadat (dopo)
  • omdat (perche' - per risposte)
  • totdat (finche')
  • voordat (prima)
  • hoewel (nonostante cio')
  • nu (ora)
  • of (se, o)
  • terwijl (finche', durante)
  • zoals (come,anche)
  • als (se, quando)
  • wanneer (quando)
  • toen (quando)

Come si vede ci sono vari modi di dire quando e perche', in particolare, omdat e' usato per rispondere alle domande (perche' succede questo?...), mentre want e' usato in senso di "per via di...", "a causa di...". Notare anche che of puo' essere usato sia come congiunzione coordinata che subordinata.

Le ultime tre congiunzioni als, wanneer e toen possono essere tradotte con "quando", ma si usano in modo diverso:

  • als/wanneer si usano per riferirsi a qualche cosa che non e' ancora accaduto, per esempio: als/wanneer hij komt... se/quando verra'... o per riferirsi a qualche cosa che si verifica ripetitivamente: wanneer de zon schijnt... quando il sole splende...
  • toen si usa solamente riferito al passato: toen ik in Amsterdan woonde... quando vivevo ad Amsterdam...

Struttura della frase subordinata

Quando una frase viene introdotta da una congiunzione subordinata, essa e' una frase subordinata, la struttura della frase (l'ordine delle parole) cambia.

In una frase subordinata il verbo e' sempre in ultima posizione.

Se il verbo e' composto da un'ausiliario (passato o verbo modale), tutti i verbi sono in ultima posizione, l'ausiliario puo' precedere o seguire il participio passato.


frase principale    frase subordinata
mijn broer zegt dat hij een nieuwe auto heeft
+---1---+   2    3   4  +----- 5 -----+  6
mio fratello ha detto che ha una nuova auto.
    Frase principale
  1. soggetto frase principale(mio fratello)
  2. verbo (disse/ha detto)
  3. congiunzione (che)
    Frase subordinata
  4. soggetto frase coordinata (sempre mio fratello)
  5. oggetto frase coordinata (una nuova auto)
  6. verbo frase coordinata


mijn broer zegt dat hij een nieuwe auto moet kopen
+---1---+   2    3   4  +----- 5 -----+  6
mio fratello ha detto che deve comperare una nuova auto.
Se il verbo e' di tipo 'separabile', il prefisso ed il verbo sono riuniti alla fine della frase.

mij broer zegt dat hij weggaat (mio fratello ha deve che lui se ne va)

Quando si usa un perfetto o una delle costruzioni con l'infinito, vi sono 3 verbi in fondo alla frase. L'ordine dei verbi in questo caso e' hebben/zijn + ausiliario + infinito.

Mijn broer zegt dat hij een nieuwe auto heeft moeten kopen
Mijn broer zegt dat hij een nieuwe auto is gaan kopen

Se la frase subordinata precede la frase principale, la frase subordinata viene considerata come "prima parte" della frase principale, quindi subito dopo viene il verbo della frase principale, poi il soggetto e quindi il resto come da costruzione "standard".


wanneer de zon schijnt voel ik me gelukkig
+----------- 1 ------+  2    3 +--- 4 ---+
Quando il sole splende, mi sento felice
Come si vede dall'esempio, la frase subordinata viene introdotta dalla congiunzione (wanneer) ed e' seguita dal verbo della frase principale.

Azioni in corso

Quando si vuole fornire l'idea di una azione in corso, si utilizza la costruzione zijn + aan + het + infinito del verbo, questa costruzione pero' non si usa con verbi di posizione o movimento.

Si dirra' percio'

zij zijn aan het spelen loro stanno giocando
ik ben een boek aan het zoeken sto' cercando un libro

ma

wij gaan naar huis noi andiamo/stiamo andando a casa
de spiegel hangt aan de muur lo specchio e' appeso al muro

Esercizi

Tradurre le seguenti frasi

  1. Zij verdienen veel en zij geven veel uit
  2. Ik houd van het theater, maar ik ga ook naar de bioscoop
  3. Blijf jet huis of ga je uit?
  4. Het regent, dus wij gaan met de auto
  5. Weet u of het waar is?
  6. Ik denk dat hij gelijk heeft
  7. Ze is haar haar aan het wassen
  8. Als het kan, willen wij vanavond naar het theater gaan
  9. Ze zegt dat ze aan het eten zijn
  10. Wanneer het mooi weer is, gaan de kinderen in het park spelen
  11. Zijn gezicht komt mij bekend voor, want ik heb hem op de tv gezien
  12. Hij zegt dat hij veel gelachen heeft omdat het stuk zo grappig is

Tradurre le seguenti frasi

  1. Lui guarda la televisione e lei ascolta la radio
  2. Noi stiamo lavando la macchina
  3. Lui recita bene, ma non e' famoso
  4. Penso che lei abbia ragione
  5. Lei vuole sapere se tu stai lavorando
  6. Andate al ristorante prima di andare a teatro?
  7. Se e' bel tempo vado alla spiaggia
  8. Quando piove io sto a casa
  9. Stai imparando il francese o lo parli di gia'?
  10. Noi non andiamo con loro perche' abbiamo gia' visto la recita

soluzioni

Woordenschat
Vocabolario

acteren (geacteerd)recitare
de acteurl'attore
bekennoto,conoscito
de chocola(de)la cioccolata
commercieelcommerciale
dichtbijvicino
gelijk hebbenaver ragione
het gezichtla faccia
grappigdivertente
iedreentutti
zich inleven (ingeleefd) inidentificarsi con
missenmancante
de pauzela pausa
het publiekil pubblico
regenen (geregend)piovere/pioggia
in de rij staanstare in fila
de reclamela pubblicita
spontaanspontaneo
het theateril teatro
de theatergroepgruppo teatrale
het toneelil palcoscenico
het toneelstukla recita
uitgeven (uitgegeven)spendere
verdienen (verdiend)guadagnare
voorkomen (voorgekomen) apparire,sembrare

Conversazione

Pauze (l'intervallo)
pauze.mp3

Henk   Het verbaast me da we kaarten voor vanavond hebben kunnen krijgen. Het is zo ontezettend druk
RoosHoe lang is de pauze? Denk je dat we tijd hebben voor een kopje koffie?
HJazeker. Zullen we in de rij gaan staan?
RHoe vind je het toneelstuk? Goed geacteerd he?
HIk vind dat het stuk zelf iets mist, hoewel het best grappig is. Maar zoals je zegt, kunnen die mensen goed acteren.
RZe zijn in ieder geval enthousiast en spontaan. Dat is het leuke van deze kleine theaters - dat het publiek dichtbij het toneel zit en zich in het stuk makkelijk in kan leven.
HWeet jij of die jonge acteur beken is? Ik ken zijn gezicht.
RNu je het zegt, zie ik wat je bedoelt. Volgens mij heb ik hem op de tv gezien in een reclame vor chocola. Kan dat?
HJe hebt gelijk! Hij verdient zeker niet zo veel bij deze theategroep. Ook als je niet erg bekend bent, kun je toch meer met commerciele dingen verdienen...
RHenk! Heb jij de bel gehoord? Iedereen is weg! Hoe kan dat nou!

Note
het komt mij bekend voor - la sua faccia mi e' familiare
hoe kan dat nou! - espressione idiomatica che indica stupore, potrebbe essere tradotta con "come e' possibile!"

Previous indice Next


Commenti

No messages post new